0299-602 206
info@detaanketel.nl

De geschiedenis van het (schier)eiland Marken

In 1164 werd Markaland, wat grensland betekend, bij zware storm van Waterland gescheiden door de Jurriaansvloed. Pas in 1957 werd een dijk aangelegd die Marken weer met het vasteland verbindt, met aan weerszijden het Markermeer en de Gouwzee.

Vroege bronnen over Marken vertellen dat Norbertijner monniken uit het Friese Hallum in 1235 het eiland kochten van Nicolaas Persijn, Heer van Waterland. Zij bedreven er landbouw en veeteelt en stichtten voor de afzet de handelsplaats Monnickendam op het vasteland. Als bescherming tegen het water bedijkten zij het eiland en bouwden er twee grote boerderijen, het Oesthus en het Westhus op hoogten van 4 meter. Deze terpen of werven (denk aan het terpdorp Warfum ) met aan de randen paalwoningen bij uitbreiding, werden op het veen steeds opgehoogd met huisvuil of steunden op zand. Toen de monniken in 1345 van het eiland waren verdreven door de Hollandse Graaf, raakten de dijken in verval: "Wie het water deert, die het water keert". De regelmatige overstromingen door het zoute water maakten een einde aan de landbouw en veeteelt en de Markers zochten hun inkomsten in de zeevisserij. Tot de afsluiting van de Zuiderzee visten de Markers ook met eigen botters, waarvoor in 1837 de aanleg van een haven nodig werd. Voorbij Moeniswerf ligt een brede sloot dwars door het eiland, die herinnert aan de plannen van Willem I om in 1825 een kanaal door Marken en Waterland te graven. Het Goudriaankanaal had de zeeschepen vanuit Amsterdam een alternatieve route moeten geven zodat ze het Noord-Hollands kanaal en de ondiepten rond Pampus konden ontwijken, een tijdwinst van een paar uur. Bij gebrek aan geld werd het project in 1828 stopgezet. Op de punt van een strekdam in het Markermeer staat de schilderachtige vuurtoren Het Paard (1839), na strenge vorst goed voor spectaculaire foto's met kruiend ijs.

Een van de vele problemen van het wonen op een eiland was de ijsgang.  Toen het nog eb en vloed was in de Zuiderzee kon het dichtvriezen van de zee enkele dagen duren, en er was geen verbinding mogelijk met de vaste wal. Maar zo gauw het ijs sterk genoeg was, werd er een pad gemaakt, afgebakend door bossen stro of riet die in gekapte wakken in het ijs werden gestoken. De mensen van de veerboot van de Zuid-Hollandse Vervoersmaatschappij verzorgden tevens het post- en vrachtverkeer. Samen met andere vrachtvaarders waren zij de eersten die de oversteek waagden. Bij deze vaak barre tocht liep men op 'klompen met scherp'. Dat waren klompen met ijzeren pennen eronder. Aan de kleur van het ijs kon men zien waar deze het sterkst was. Wanneer het ijs te zwak werd om er over te lopen, duurde het enkele dagen voor er weer een veerboot kon worden gevaren. Die tijd heette 'doorgebroken ijs'. Men ging dan eerst met de ijsvlet een verbinding maken met de vaste wal. Met kleine pikhaken werd de ijsvlet door een met bijlen gehakte en met de vlet gebroken geul in het ijs geduwd. Bij open water werd er geroeid. Het waren lange bange barre tochten. Passagiers mochten mee, maar tekenden voor eigen risico.

Diende de visserij op de Zuiderzee aanvankelijk om de omwonende bevolking te voeden; vanaf 1850 werd het afzetgebied steeds groter. In de hoogtijdagen van de Zuiderzeevisserij rond 1900, kon het aantal vissersschepen wel oplopen tot meer dan 3000. De wijze van vissen, de omstandigheden in het vaargebied en de traditie in de plaatselijke scheepsbouw bepaalden het uiterlijk van de vele verschillende schuiten. Het bekendste type is de botter. In de expositie in het Marker museum kan de bezoeker verschillende modellen van veel voorkomende vissersschuiten bekijken.
Alhoewel de Marker bevolking al eeuwenlang bij de visserij was betrokken, werd er pas in 1830 een havenkom aangelegd. Marken leverde intussen al menig schipper of stuurman voor de walvisvaart. Het karakteristieke stratenpatroon dat veel vissersdorpen kenmerkte is er tot op de huidige dag bewaard gebleven. Naast de pittoreske huisjes die jaarlijks door vele toeristen worden bezocht, kunt u in het klein maar fijne museum van veel bijzonderheden over de geschiedenis van het voormalige eiland kennis nemen.


Zuiderzee wordt IJsselmeer Op 28 mei 1932 werd het laatste gat in de Afsluitdijk gedicht, waardoor de zilte Zuiderzee een binnenmeer werd. Het water van de voormalige zee werd langzaam zoet. Bepaalde vissoorten verdwenen. En erger: de nieuwe dijk versperde haring en ansjovis de weg naar hun paaigronden. Voor de meeste vissers verdween het uitzicht op een behoorlijk bestaan en velen moesten het beroep van visser opgeven. Als gevolg daarvan kregen ook de van de visserij afhankelijke bedrijven veel minder werk: rokerijen, kuiperijen, mandenmakerijen, zeilmakerijen en scheepswerven moesten hun deuren sluiten. Er ontstonden meer mogelijkheden voor de recreatievaart. Op 7 juni 1975 werd er feestelijk een jachthaven geopend. Aanvankelijk waren de rond- en platbodems er verre in de meerderheid. Dit loopt echter steeds verder terug en moderne schepen nemen de overhand. Toch wordt getracht het aandeel klassieke vaartuigen binnen het schepenbestand zoveel mogelijk te bevorderen.

Van oorsprong waren de Markers katholiek, maar in het jaar 1572, 55 jaar na de reformatie, ging men over tot het protestantisme. Doordat de pastoor en de schoolmeester 'overliepen' moet dat vrijwel geruisloos zijn gegaan. Iets wat weer zeer te betwijfelen valt, want zulke lieve jongens waren het toen niet. Het 'Wie niet met mij is, is tegen mij' werd met het zwaard uitgevochten. De overlevering vertelt dat de pastoor nooit heeft mogen preken, dus zo verbroederd waren ze ook weer niet. In het jaar 1895 kwam er voor het eerst een Christelijke school met de bijbel op gereformeerde grondslag. Pas toen er in 1921 de rijkssubsidie voor het bijzonder onderwijs van kracht werd, kwam er in 1922 voor de hervormde gemeenschap ook een school met de bijbel.

Net als alle kleding kun je ook de Marker klederdracht zien als een taal. Door de manier van kleden wordt iets uitgedrukt, iets verteld. Aan de Marker kleding kun je bijvoorbeeld zien of iemand in de rouw is. Kostuumdetails kunnen leeftijden of bijzondere gelegenheden aangeven. Je hebt dagelijkse kleding, de zondagse dracht, maar ook de verschillende kleding voor verschillende feesten. Kleding voor jongens en meisjes is verschillend. De verschillen zijn tot 6 jaar op het eerste gezicht niet zo groot. Soms dachten bezoekers aan Marken dat er geen kleine jongetjes waren, omdat ze net als de meisjes lang haar hadden en jurken droegen.Het kostuum bestaat uit een groot aantal losse onderdelen. Alle onderdelen worden met de hand gemaakt en bij het aantrekken van het kostuum worden de losse onderdelen met spelden vastgezet. Oude familiestukken worden gekoesterd. Tot in de jaren vijftig droeg bijna iedereen de Marker klederdracht nog. Daarna werd het minder. Toch blijft het een levende dracht. Er veranderen nog steeds kledingdetails. En zolang dat gebeurt, is de Marker klederdracht niet slechts een museumdracht.

0299-602 206
info@detaanketel.nl

Havenbuurt 1
1156 AL  MARKEN